Recensies |
|
|
Uit het Friesch Dagblad van
maandag, 20 november 2006, Cultuur
Haydns ‘Schöpfung’: een en al blijheid
WIM SLAGTER
Of het helemaal volgens het boekje was, mag
worden betwijfeld, maar de zoen van Eva aan Adam was een
passende bekroning op het laatste duet van Die Schöpfung (Hob.
XXI, 2) van Joseph Haydn (1732-1809). Het was ook tekenend
voor de ontspannen sfeer die kenmerkend was voor de
uitvoering van dit oratorium, gistermiddag in de Bolswarder
Martinikerk.
Degene die nu mocht denken dat solisten, het
Ensemble Conservatoire en de Oratoriumvereniging Bolsward
onder leiding van Pauli Yap er vooral een vrijblijvend
concert van hebben gemaakt, die moet direct worden
tegengesproken. Want Haydn mag zich dan ook zelf allerlei
muzikale grapjes veroorloven, hij heeft met Die Schöpfung
een gecompliceerd werk geschreven dat hoge eisen aan de
uitvoerenden stelt.
Een musicoloog heeft zijn gehoor eens de
vraag gesteld: ‘Hoeveel Haydn zit er eigenlijk in Die
Schöpfung?’ De conclusie was dat er hier en daar gebruik
gemaakt was van voorbeelden uit het verleden (Händels
oratoria, Mozarts opera’s), maar dat daarnaast Haydns
toontaal geheel origineel is. Vooral de muzikale weergave
van de meeste natuurtaferelen - beginnend met de geheel
instrumentale Vorstellung des Chaos en via de ‘schuimende
golven’ in de zesde aria uitmondend in het deel, waarin de
(apocriefe) aartsengel Raphaël de luister van de schepping
bezingt - laat Haydn in zijn eigen ‘luister’ zien.
Effectbejag
Daarbij ontbreekt enig effectbejag niet:
wanneer in die laatste aria de woorden der Boden drückt der
Tiere Last door een lange, doordingende grondtoon van de
contrafagot worden ondersteund, dan is dat net zo
spitsvondig, grappig of kitscherig als de wat gezochte
mystiek in de schepping van de maan (mit leisem Gang und
sanftem Schimmer schleicht der Mond die stille Nacht
hindurch). Dat in het verleden het publiek dat ook niet
voortdurend waardeerde, blijkt uit het feit dat Die
Schöpfung een tijdlang slechts matig populair was en pas
sinds een halve eeuw weer volop wordt uitgevoerd.
Maar het moet gezegd: blijheid en optimisme
beheersen het werk. De fraaiheid van Gods schepping,
culminerend in de wederzijdse liefdesverklaring van Adam en
Eva en het imposante slotkoor (Des Herren Ruhm, er bleibt in
Ewigkeit!), staat bij Haydn centraal en laat nauwelijks
ruimte voor twijfel. Slechts de slotaria van de andere
aartsengel Uriël verwijst even naar de zondeval, maar de
dankbaarheid en lofprijzingen aan God overheersen.
Over de solistische bezetting mocht
‘Bolsward’ niet klagen. De Duitse bariton Hans Christian
Hinz (Raphaël, Adam) heeft een vérdragende stem, die alleen
aan het einde van het tweede deel een beetje leek weg te
zakken. Omgekeerd moest de tenor Aart Mateboer (Uriël) even
acclimatiseren, maar zong daarna met verve en vooral
duidelijk verstaanbaar zijn rol.
Dat de sopraan Elma van den Dool (Gabriël,
Eva) op veel opera-ervaring kan bogen, bewees zij in haar
‘Eva-rol’ in het afsluitende deel. In de duetten met Hinz
liet ze ook hem ‘ontdooien’, waardoor er een prachtige,
natuurlijke interactie ontstond. In het benedenregister kwam
Van den Dool enig volume tekort, waardoor ze een enkele keer
ten opzichte van het orkest ‘wegviel’, maar dat was ook het
enige smetje op een verder fantastisch optreden.
Het Ensemble Conservatoire - de laatste jaren
een vast ‘gastorkest’ in Bolsward - begeleidde, op een
enkele ongelijke inzet in het eerste deel na, koor en
solisten accuraat. De organiserende Oratoriumvereniging had
ten slotte een relatief bescheiden rol, maar toonde zich in
de massale en indrukwekkende afsluitende koorgedeelten - wie
zei daar Händel? - zeer wel voor haar opgave berekend.
Dat zo’n positieve indruk achterblijft, is
voor een groot deel de verdienste van Pauli Yap, die er al
gedurende zeven jaar in slaagt tweemaal per jaar - Bachs
Matthäus Passion is de andere, vaste pijler - een op hoog
niveau staande kooruitvoering te verwezenlijken.
Concert: Oratoriumvereniging Bolsward
Plaats: Martinikerk Bolsward
Belangstelling: nagenoeg volle kerk
Uit het Friesch Dagblad van
maandag, 28 november 2005, Cultuur
Fraaie uitvoering ‘Elias’ in Bolsward
WIM SLAGTER
De zestigjarige geschiedenis van Oratoriumvereniging
Bolsward (OVB) telt vele hoogtepunten. Naast Bachs
Matthäus Passion natuurlijk, die elk jaar wordt
uitgevoerd, zijn er de najaarsconcerten met wisselende
invulling. Vreemd eigenlijk dat de Elias van Felix
Mendelssohn Bartholdy nog maar één enkele keer - en dan ook
nog fragmentarisch - op de concertprogramma’s prijkte.
Want de bezetting van de OVB - sinds 1999 onder leiding van
Pauli Yap - laat een stijlgetrouwe uitvoering van dit
oratorium toe. Weliswaar telt ‘Bolsward’ nog niet de 271 (!)
zangers en zangeressen die het werk bij de première in 1846
in Birmingham uitvoerden, maar ook negentig koorleden kunnen
zich in de vele turbae in de Elias bewijzen. Een volle
Bolswarder Martinikerk was er getuige van en bleef tot het
fugatische slotkoor Herr, unser Herrscher geboeid.
Daarbij maakt Mendelssohn (1809-1847) het zijn gehoor niet
direct eenvoudig. Anders dan bijvoorbeeld in Bachs passies
treedt in de Elias geen verteller op, maar zingen de
protagonisten (de profeet Elia, koning Achab, koningin
Izebel, hofdienaar Obadja) het verhaal uit 1 Koningen min of
meer tot één geheel. Een complicerende factor is nog dat
librettoschrijver Julius Schubring (nota bene theoloog!)
nogal vrij met bijbelteksten is omgesprongen en het
eigenlijke verhaal met Psalmverzen, maar ook met citaten uit
de profetieën heeft aangevuld.
Mijlpalen
Feitelijk kent de Elias een viertal dramatische mijlpalen:
Elia’s gesprek met de weduwe van Sarfath, de roep om de
‘echte’ god, de verschijning van God aan Elia bij de Horeb
en ten slotte de tenhemelopneming van de profeet: im
feurigen Wagen mit feurigen Rossen und er fuhr im Wetter gen
Himmel . Een aantal keren kon de OVB zich heerlijk
uitleven in krachtige crescendi, dan weer schitterden de
solisten - afzonderlijk en in gezamenlijkheid.
Van hen moet vooral de sopraan Heleen Koele worden genoemd
die de voor een solostem niet eenvoudige Martinikerk royaal
én verstaanbaar wist te bezingen. Daarnaast vormde zij met
de warme alt Eline Harbers (die zelf uitblonk in de aria
Sei stille dem Herrn ) al meteen in het begin een
prachtig engelenduet, maar ook in het a capella gezongen
terzet met de alt en collega-sopraan Janet Rienks had Koele
een leidende rol.
De bas-bariton Frans Fiselier had als Elia het grootste
zingende aandeel. In het laagste register was hij niet
altijd overtuigend en bovendien werd hij nogal eens
overstemd door iets te enthousiaste koperblazers. Henk Vonk
verving de wegens ziekte afwezige tenor Otto Bouwknegt. Hij
kweet zich met verve van zijn ondankbare invallerstaak, maar
zijn voordracht was dikwijls te theatraal, waardoor de Elias
op momenten dát opera-achtige karakter kreeg dat Mendelssohn
zélf na de première werd verweten.
Die kritiekpuntjes doen niets af aan de waardering voor de
uitvoering als geheel, waarbij het adequaat begeleidende
Ensemble Conservatoire nog met name moet worden genoemd. En
niet te vergeten Pauli Yap, die plezierig dwingend - soms
met zwierige, dan weer met korte bewegingen - de
Oratoriumvereniging Bolsward haar wil oplegde. De jubilaris
zal er niets op tegen hebben gehad.
Concert: oratorium ‘Elias’ (Mendelssohn)
Plaats: Martinikerk, Bolsward
Belangstelling: uitverkocht
Uit het Friesch Dagblad van woensdag 23 maart 2005 Imponerende “ Matthäus” van Oratoriumvereniging Bolsward
Gerrit Stulp Dit jaar bestaat de Oratoriumvereniging Bolsward zestig jaar. En de in die jaren ontstane traditie is het voor de 58ste keer dat de koor de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach in de monumentale plaatselijke Martinikerk voor het voetlicht brengt. Natuurlijk heeft deze vereniging goede en mindere tijden gekend. Zo is het niet altijd mogelijk gebleken geheel zelfstandig een uitvoering van deze grote compositie van Bach te realiseren, maar deed men dat in samenwerking met andere koren. De laatste jaren liggen de zaken anders. Het uit 88 leden bestaande koor is weer instaat om de Matthäus Passion zelfstandig uit te voeren. En hoe! We mochten gisteravond een indrukwekkende passie beluisteren, waar op een hoog niveau werd gemusiceerd. Dat dit mogelijk is, is niet in de laatste plaats te danken aan de dirigent. Sinds 1999 is de algehele leiding in handen van Pauli Yap. We wisten al dat zij een uitstekende dirigent is en dat zij de kunst verstaat haar mensen tot grote prestaties te motiveren. Maar zij heeft meer. Dat maakt een concert voor het publiek onvergetelijk, omdat men wordt meegenomen in de stroom van de muziek. We hoorden een Matthäus in een geheel eigen rustgevende aan pak en toch weer boeiend van de eerste tot de laatste noot. Juwelen Het koor zong zeer verzorgd en fraai van klank. De volkskoren klonken ad rem en met emotie. van ingetogen devotie tot fel reactionair. De koralen werden ieder op zich als juwelen neergezet. De tekstuele suggesties werden zeer fijnzinnig uitgebeeld. Dan hoort men pas de grootsheid van de unieke koraalzettingen van Bach. Het koor werd in het eerste deelpassend aangevuld met het Sint Vitus Kinder- en Jeugdkoor onder leiding van Hendrikje van den Berg. Het Ensemble Conservatoire uit Zwolle is een bijzonder betrouwbaar begeleidingsensemble. Hun instrumenten zijn modern, maar hun aanpak in klankbenadering en uitvoering is authentiek. Mede door aanvulling van uitstekende blazers en overtuigende suggestieve directie kwam men tot hoge prestaties. Dit alles simuleerde ook het inlevingsvermogen van de solisten. Zo zong Pierre Mak een bewogen Christuspartij. Jammer dat juist bij het Eli, Eli, lama asabthani hem iets in de keel schoot. De bas/bariton Robbert Muuse zong beeldend en zeer betrokken bij de tekst, vooral in de aria Mache dich, mein Herze, rein. De tenor Rein Kolpa als evangelist is voor deze partij een vaardige zanger, hoewel zijn prestaties wisselend waren. Daarentegen zong de tenor Aart Mateboer zeer geïnspireerd de bewogen aria Geduld, Geduld! Eline Harbers was als alt met haar heldere jongensstem een openbaring. De sopraan Heleen Koele met haar lyrische warme stem maakte eveneens indruk. Ten slotte vormden Jan van Beijeren Bergen en Henegouwen op orgel en Maaike Boekholt (viola da gamba) een betrouwbaar en vakbekwaam continuo. Belangstelling: uitverkocht Uit de Leeuwarder Courant van Woensdag 23 maart 2005 Sobere Matthäus legt nadruk op het innerlijk Bolsward – Hoewel er de afgelopen weken al heel wat uitvoeringen van Passies passeerden -het is trouwens nog niet voorbij – krijg ik alleen al bij de gedachte aan die van de Oratoriumvereniging Bolsward een goed gevoel. Dat is gekleurd door jeugdsentiment, ik kan het niet ontkennen. Zo’n twintig jaar geleden ervoer ik in Bolsward mijn eerste Matthäus Passion met Michael Chance als evangelist. Wonderschoon, indrukwekkend en vooral onvergetelijk. Trouwens, meer mensen gaan graag naar de Passie in Bolsward. De Martinikerk zit altijd stampvol en men komt van heinde en verre. Letterlijk, want naast mij zat een Nederlandse uit Tibet. Het kan verkeren. De ervaring van het wonderschone overkomt je niet bij elke Matthäus, hoewel ieder bezoeker daar wel een beetje naar op zoek is.. De intensiteit bij de prachtige aria’s en koralen, de spanningsopbouw van het geheel van tekst, muziek, stemmen en instrumenten: bij iedere uitvoering zit altijd wel iets dat je extra grijpt. Gisteravond in Bolsward was dat wat meer verstopt, ik werd me er pas tegen het einde echt van bewust. Dat was in de voortreffelijke directie en interpretatie van dirigent Pauli Yap , waarmee zij een vrij sobere Matthäus Passion neerzette. Wel groots vanwege de omvang van de groep zangers en musici, maar uiteindelijk lag de nadruk meer op het innerlijk, de pijn, soms wrang maar ook mild ondergaan. Zoals dat het meest treffend in het koraal “O Haupt voll Blut und Wunden” tot uitdrukking kwam. Of in de solo van sopraan Heleen Koele “Aus Liebe will mein Heiland sterben” waarin deze sopraan volledig bij zichzelf bleef in stem en interpretatie. Van de solisten was Koele naast de alt Eline Harbers en de bas Robbert Muuse het meest aansprekend. Bij de vrouwen had het orkest wel wat volgzamer mogen zijn. Vooral de hobo’s overstemden de solisten vaak. De basso continuo was van het goede hout gesneden, het orgel helder en punctueel en de gamba betrouwbaar maar niet heel bijzonder. De solisten moesten veelal op hun oren vertrouwen omdat de dirigent en continuo redelijk ver naar achteren stonden. Dat maakte het vooral voor de evangelist Rein Kolpa lastig. Zijn inzet verslapte geen moment, bewonderenswaardig, maar zijn stem liet het aardig afweten. De hoge tonen, nauwelijks bereikbaar leden op menig moment onder de kracht waarmee Kolpa ze zong. Hij revancheerde zich in de expressieve gedeelten, het zachte en het ingetogene. De Oratoriumvereniging Bolsward was in de koralen het sterkst. Een mooie volle klank en trefzeker in de reactie op de fijnzinnige directie van Pauli Yap. Qua tempi was deze Matthäus Passion tamelijk zakelijk. Daar ligt het waarschijnlijk, dat de bezieling pas laat grond onder de voeten kreeg. Maar toen die daar was, zo fraai subtiel en tegen het einde, toen was het ook af. INGRID METZ |
|
|